Showing posts with label kleinschaligheid. Show all posts
Showing posts with label kleinschaligheid. Show all posts

Wie is de baas?



De Stadsakker heeft er bewust voor gekozen om op maandag en donderdagavond niet open te zijn. De maandag is beschikbaar voor de tandarts, beursbezoek, administratie en contact met  vertegenwoordigers. De donderdag avond is gewoon niet leuk voor een ochtendmens zoals ik. Een snelle koude maaltijd in de winkel, ‘s avonds laat en in het donker naar huis. En wat ik mij van vroeger herinner, een matige aanloop van klanten.

Hoewel het als startende ondernemer wel eens kriebbelt op maandag en ik mij afvraag of ik er goed aan doe om dicht te zijn, kan ik bovenstaande goed uitleggen. Door van dinsdag tot en met zaterdag open te zijn, blijft het leuk en dat is een belangrijke randvoorwaarde voor het voortbestaan van de winkel.

Van huis uit werd er principieel niet aan koopzondagen gedaan. Elke week moet een rustdag hebben. Tijd voor de familie, tijd voor sport en ontspanning, tijd voor gewoon even niet. Dat hoeft geen zondag te zijn, woensdag vind ik ook prima. Maar de zondag is nou eenmaal zo ontstaan, dus om de verwarring niet compleet te maken hou ik mij daaraan.

Maar dan komt de december en in het bijzonder de december van 2012. Was er voorheen elke maand een koopzondag en voldeed een briefje in de etalage “Gesloten, wij werken vandaag in de tuin/lezen een boek/maken een wandeling….Voor de maand december is er last minute besloten alle zondagen tot koopzondag om te dopen. En zonder evaluatie dit voor 2013 ook meteen vast te leggen.

De Groninger City Club (GCC), die de belangen van het Groninger MKB behartigd is hier de grote aanjager. Ik merk dat ik mijn klanten niet wil teleurstellen, maar weiger mij neer te leggen bij deze kortzichtige initiatieven van GCC.

Bijna geen van de bestuursleden zal deze zondagen zelf draaien. Zij werken vooral bij het Noorderpoort, Randstad, ABN AMRO, Zadelhoff,  NDC Mediagroep,  hebben een tweetal adviesbureautjes en zijn bedrijfsleider van V&D. Zij hebben blijkbaar tijd en geld over om alle zondagen in december met vrouw en kinderen de binnenstad onveilig maken.

Ik voel mij, als ondernemer, toch een beetje medewerker in een groot bedrijf, waarbij een manager mijn uren ongevraagd steeds meer oprekt zonder daar financieel iets tegenover te zetten. Want laten we eerlijk zijn. Een verruiming van de winkeltijden vind iedereen handig (ik ook hoor…) zeker als dan alle winkels ook echt open zijn. Maar gaan wij als klanten dan ook echt meer besteden?

Moeten we als winkeliers, in de slag om een klant, steeds meer open? Zodat we per uur uiteindelijk minder verdienen. We op die dagen geen medewerker kunnen betalen en de eigenaar alleen zelf nog achter de toonbank staat?
Kleine ondernemers gaan dan (zoals nu al gebeurt) keuzes maken wanneer ze open gaan. Alleen ketens en grote bedrijven zullen altijd open zijn. Maar dat zijn niet de winkels, waarvoor mensen een dagje gaan statten. Dagjesmensen komen voor de bijzondere winkels, winkels met een eigen gezicht en gezellige uitstraling, waar je nog verrast wordt door het assortiment, waar je fijn en deskundig geholpen wordt.

Een uitbreiding van het aantal zondagen zorgt juist voor een versobering van het winkelaanbod, dat is voor de ondernemer, de klant, de stad en de economie geen goede ontwikkeling.

Voor 2013 verheug ik mij op de zondagen, ik heb de briefjes al klaar liggen
Wij maken een wandeling, bouwen een sneeuwpop, werken in de tuin, bezoeken een museum, verwerken de oogst, lezen een boek, plukken appels, zijn bij vrienden, maaien het gras, hakken hout, versieren de kerstboom en doen even helemaal niets…..beste GCC, dit wilt u toch ook?

Hoe unfair kan trade zijn?


logo World Fair Trade Day
Afgelopen week was ik op een Sustainable Food congres. Mensen van divers pluimage (lees; voedselproducenten, duurzame banken, beleidsmakers, certificeringorganisaties) waren bijeen om kennis uit te wisselen over duurzame voedselproductie.

Spannend natuurlijk om daar als kleine boer eens een kijkje te nemen, en te zien hoe de grote jongens het vraagstuk aanpakken.

Om teleurstellingen aan het eind van het blog te voorkomen, we hebben het probleem niet opgelost. Het voeden van 6 miljard op een duurzame wijze is “a hell of a job”. Zeker als iedereen de oplossingen zoekt binnen zijn eigen werkgebied en eilandje.

Een mooi voorbeeld; een eigenaresse van een koffieplantage met 10 ha kan zich met ondersteuning van de fair-trade organisaties prima redden. Meerdere gezinnen verdienen hier een fair inkomen. Daartegenover staat een eigenaar met 0,5 ha. En wat blijkt, deze boer red het niet, zelfs niet met fair-trade inkoopprijzen  kan deze boer er niet van leven. De fair trade organisatie buigt zich nu over het probleem. Hoe kunnen zij deze boer met zijn koffieplantage toch een goed bestaan te geven?

Dit probleem wordt benaderd vanuit de achtergrond; ons doel is het steunen van koffieboeren, wij geven een eerlijke prijs voor hun bonen. Waar niet aan gedacht wordt, dat iemand met 0,5 ha (en dat geld ook voor Nederland en andere landen) helemaal niet moet leveren aan een grootinkoper, veiling of multinational. Kleine boeren moeten zich gaan verdiepen in een niche markt met rechtstreekse verkoop aan de klant en alle grootinkopers vermijden. Maar dat is niet de deskundigheid van een fair trade organisatie, want die zoeken alleen in hun eigen mandje met oplossingen (meer subsidie, pacht van extra grond, leningen) kortom, deze kleine boer, wordt hoe goed bedoeld ook, nooit meer onafhankelijk.

De enige boodschap die de boer nu meekrijgt; groei groot, dat is je enige middel van bestaan. Conclusie is; dat deze boer zelf stopt en zijn land verkoopt aan een groter broertje, of met overname andere kleine boeren verplicht te stoppen. Want het land op deze aarde is eindig. In het eerste geval behandeld de fair trade organisatie deze boer zeer unfair, en in het andere geval behandeld deze boer zijn kleinschalige collega’s unfair. Hoe unfair kan trade zijn.

Dit is globaliseren in de praktijk, terwijl zijn bestaanszekerheid ligt in lokalisering; het opbouwen van een stevig, lokaal en onafhankelijk netwerk waarbij de boer zeggenschap krijgt en houdt over zijn eigen afzetkanalen in plaats van zijn lot in handen te leggen multinationals, die voor problemen slechts een oplossing hebben; groei groot.