Uw kind leren om alleen naar school te gaan

Enkele praktische tips waardoor ouders die hun kinderen te voet tot aan de school begeleiden, hen stapsgewijs een juist en veilig gedrag kunnen bijbrengen.

Algemene aanbevelingen :

Maak regelmatig verplaatsingen te voet met uw kind om hem/haar zo de straatomgeving te leren ontdekken. Zo kan hij/zij beetje bij beetje in alle veiligheid zelfstandig worden.

Vertrek ruim op de tijd naar school; zo vermijdt u dat uw kind zich moet haasten en bang wordt.

Geef uw kind zeer concrete raadgevingen en gebruik duidelijke voorbeelden.

U vergezelt uw kind op straat :

Geef de basisregels mee aan uw kind: niet spelen of lopen, maar wel op de stoep stappen langs de kant van de huizen en een hand geven bij het oversteken.

Wijs uw kind systematisch op de mogelijke gevaren (de in- en uitritten van garages ...) en leg uit hoe hij/zij moet reageren in geval van een onvoorziene hindernis, zoals een slecht geparkeerde auto.

Laat uw kind de verschillende geluiden, de verkeerslichten en de wegmarkeringen ontdekken, alsook het gedrag van andere voetgangers, skeelers, fietsers, bromfietsers, autobestuurders, motorrijders ...

Leg uw kind de functie en de betekenis uit van de aanwijzingen van gemachtigde opzichters en van de bevelen van de bevoegde personen.

Uw kind moet een straat oversteken :

Wijs uw kind erop dat hij/zij een oversteekplaats voor voetgangers moet kiezen of – als die er niet is – een plek vanwaar hij/zij van beide kanten de auto’s van ver kan zien aankomen en vanwaar het kind zelf ook goed zichtbaar is.

Leer uw kind om even voorzichtig te zijn op oversteekplaatsen voor voetgangers als daarbuiten en om als een auto vertraagt, zich er toch altijd van te vergewissen dat de bestuurder ervan hem/haar gezien heeft alvorens over te steken.

Maak uw kind duidelijk dat hij/zij altijd eerst naar links, dan naar rechts en vervolgens nog eens naar links moet kijken alvorens zich op de straat te begeven.

Leer uw kind dat als er verkeerslichten zijn, hij/zij moet wachten met oversteken tot het mannetje groen is én tot alle voertuigen stilstaan, zelfs wanneer het licht voor de auto’s rood is.

Uw kind mag alleen te voet naar school gaan :

Zorg ervoor dat het traject kort en eenvoudig is. Het is beter om in het begin het aantal straten die moeten worden overgestoken en andere moeilijke situaties te beperken.

Overtuig u ervan dat uw kind de verschillende gevaren van de reisweg kent. Hij/zij moet dus eerst het traject vaak genoeg met u of een andere een volwassene hebben afgelegd en zich gepast hebben gedragen.

Cyberpesten : hoe reageren hoe voorkomen ? Enkele tips !

Het gebruik van sociale media door jongeren is niet meer weg te denken uit de huidige maatschappij. Sociale communicatiemiddelen zijn leuk maar er bestaan jammer genoeg ook gevaren. Eén van die gevaren is cyberpesten. 

Cyberpesten is een verzamelnaam voor alle vormen van pesterijen die gebruik maken van internet, GSM, computer, … om slachtoffers lastig te vallen, te bedreigen, te beledigen, …

Deze elektronische variant van het “gewone” pesten is doorgaans veel schadelijker en langduriger, doordat de kwetsende berichten en/of foto’s bijna altijd en voor iedereen toegankelijk zijn. Vaak beseffen pesters – zeker als het kinderen of jongeren zijn – ook niet hoe kwetsend hun gedrag is en hoeveel schade ze kunnen aanrichten. Zij hebben meestal de neiging hun pesterijen te onderschatten en af te doen als onschuldige “grappen”.

Een aantal jongeren geeft toe zich al eens schuldig te hebben gemaakt aan het belachelijk maken of pesten van iemand via het internet. Cyberpesters sturen berichten of posten commentaren of foto’s via mails, sms’jes, blogs en chatrooms met de bedoeling hun slachtoffer te bedreigen, te vernederen of lastig te vallen.

Deze regelmatig terugkerende “aanvallen” op personen zijn des te pijnlijker omdat ze meestal anoniem zijn, altijd en overal kunnen gebeuren en vaak ook voor iedereen zichtbaar zijn.

Cyberpesten veroorzaakt doorgaans ook meer psychologische, emotionele en sociale schade bij het slachtoffer doordat de pester anoniem blijft, wat natuurlijk niet het geval is bij ‘gewoon’ pesten. Bovendien kan cyberpesten constant, dag en nacht, doorgaan en door iedereen worden gezien, waardoor het vernederende effect voor het slachtoffer nog groter is.

Enkele tips voor wanneer u wordt geconfronteerd met cyberpesten : 
  • Reageer nooit op beledigende berichten, hatelijke mails of sms’jes, zodat de pester er geen plezier aan beleeft.
  • Blokkeer de afzenders van dergelijke ongewenste mails en schrap pesters uit uw contactenlijst.
  • Gebruik een schuilnaam voor chatrooms e.d. en verander die meteen wanneer u wordt lastiggevallen.
  • Wanneer u op een site, blog of chatroom door iemand wordt lastiggevallen of gepest, waarschuw dan onmiddellijk de moderator of provider, zodat deze persoon kan worden geblokkeerd. Indien nodig verander uw gebruikersnaam / schuilnaam.
  • Wanneer u een nieuw e-mailadres wenst aan te maken, kan het handig zijn om te werken met twee adressen. Het ene gebruikt u voor de goede vrienden (die beloven dan wel om dit aan niemand door te geven) en het andere gebruikt u voor de bredere kennissenkring en de inschrijving op websites.
  • Praat er over met iemand ! Dit kan met een vriend, je ouders, een leerkracht of een vertrouwenspersoon op school !

Aarzel nooit om aangifte te doen van cyberpesterijen bij de politie. 

Enkele tips om cyberpesten te voorkomen :
  • Blijf zelf altijd correct en beleefd in uw mails en berichten aan anderen en verstuur of post nooit foto’s of teksten die anderen kunnen kwetsen, ook al zijn ze “grappig” bedoeld.
  • Ouders : leer uw kinderen vanaf het begin om zich verantwoordelijk te gedragen op het internet, met respect voor alle andere gebruikers – net zoals in het echte leven.
  • Geef nooit persoonlijke gegevens door van uzelf of van familie of vrienden aan iemand van wie u niet weet wat zijn of haar bedoelingen zijn.
  • Wees voorzichtig met het gebruik van webcams: de persoon “aan de andere kant” kan zo foto’s van u nemen zonder dat u het weet.
  • Antwoord niet op e-mails of uitnodigingen vanwege onbekenden. Spreek erover met een volwassene in geval van problemen.

    Is je fiets al in orde voor het nieuwe schooljaar?

    De verplichte uitrusting verschilt naargelang van het fietsstype. De verschillende fietstypes zijn gedefinieerd in het verkeersreglement. Om te weten welke wettelijk verplichte minimale uitrusting uw fiets moet hebben, moet u dus eerst weten tot welk fietstype hij behoort:

    FIETSTYPE

    Benaming in het verkeersreglementAndere benamingenKenmerken van dit fietstype
    • racefiets
    • racefiets, koersfiets
    • fiets met racestuur
    • banddikte is max. 2,5 cm
    • geen bagagedrager achteraan
    • terreinfiets
    • mountain bike, ATB
    • minstens 2 versnellingen die vanaf het stuur worden bediend
    • banden met een minimumdoorsnede van 38 mm voor wielen met een diameter van 65 cm, of een minimumdoorsnede van 32 mm voor wielen met een diameter van 70 cm
    • geen bagagedrager achteraan
    • fiets met kleine wieldiameter
    • kinderfiets, minifiets, vouwfiets
    • diameter wielen is max 50cm (banden niet inbegrepen)
    • gewone fiets
    • stadsfiets
    • city bike
    • hybride
    • behoort niet tot de andere types

    DE RACEFIETS

    Het verkeersreglement definieert een racefiets als een fiets met een racestuur en banden met een doorsnede van ten hoogste 2,5 cm die geen bagagedrager achteraan hebben.

    Verplichte uitrusting
    • een bel (hoorbaar op 20 meter)
    • twee goed functionerende remmen: één op het voorwiel en één op het achterwiel
    Lichten en reflectoren zijn alleen verplicht als het donker is en als de zichtbaarheid minder dan 200 meter bedraagt (in dit geval : zie specificaties onder 'de gewone fiets'). Als de fiets één of twee spatborden heeft, moet hij altijd uitgerust zijn met een witte reflector vooraan en een rode reflector achteraan.

    DE TERREINFIETS

    Het verkeersreglement definieert een terreinfiets als een fiets met minstens twee versnellingen die vanaf het stuur bediend worden, banden met een minimumdoorsnede van 38 mm voor wielen met een diameter van 65 cm, of een minimumdoorsnede van 32 mm voor wielen met een diameter van 70 cm, geen bagagedrager achteraan.

    Verplichte uitrusting
    • een bel (hoorbaar op 20 meter)
    • twee goed functionerende remmen (één op het voorwiel en één op het achterwiel)
    Lichten en reflectoren zijn alleen verplicht als het donker is en als de zichtbaarheid minder dan 200 meter bedraagt (in dit geval : zie specificaties onder 'de gewone fiets'). Als de fiets één of twee spatborden heeft, moet hij altijd uitgerust zijn met een witte reflector vooraan en een rode reflector achteraan.

    DE FIETS MET KLEINE WIELDIAMETER

    Een 'fiets met kleine wieldiameter' heeft wielen met een diameter van ten hoogste 50 cm, banden niet inbegrepen. Bij voorbeeld: kinderfietsen, minifietsen en vouwfietsen.

    Verplichte uitrusting
    • een bel (hoorbaar op 20 meter)
    • één goed functionerende rem
    Lichten en reflectoren zijn alleen verplicht als het donker is en als de zichtbaarheid minder dan 200 meter bedraagt (in dit geval : zie specificaties onder 'de gewone fiets').

    DE GEWONE FIETS

    Komt uw fiets niet volledig overeen met van de voorgaande definities, dan valt hij onder de categorie 'gewone fietsen'.

    Verplichte uitrusting
    • een bel (hoorbaar op 20 meter)
    • twee goed functionerende remmen (één op het voorwiel en één op het achterwiel)
    • reflectoren
      • vooraan wit
      • achteraan rood (het weerkaatsende deel mag niet samenvallen met het achterlicht)
      • aan weerszijden van de pedalen wit of geel
      • op de spaken en/of de banden minstens 2 gele of oranje dubbelzijdige reflectoren per wiel; vast bevestigd aan de spaken en symmetrisch aangebracht en/of een witte reflecterende strook aan weerszijden van elke band.
    • Op de fiets moet je je lichten aanzetten zodra het donker begint te worden. Je moet ook overdag je lichten aanzetten als je niet meer duidelijk kunt zien tot op ongeveer 200m (dit is de lengte van ongeveer 30 geparkeerde wagens). Dit betekent dat je lichten bijvoorbeeld ook bij mist aan moeten. Het voorlicht is wit of geel. Het achterlicht is rood. De lichten mogen knipperen, maar dit is niet verplicht. Ze moeten bevestigd worden op je fiets of op je lichaam. Op je lichaam moeten de lichten goed zichtbaar blijven.